SH2-129 en Ou4: Twee gelaagde nevels in Cepheus
SH2-129: De Vliegende-Vleermuis-Nevel
In het sterrenbeeld Cepheus is SH2-129 een uitgestrekte waterstofwolk op ongeveer 2.300 lichtjaar. Zijn roodachtige slierten beslaan meerdere malen de breedte van de volle maan en tekenen een boogvorm die aan een vleermuis met uitgespreide vleugels doet denken.
Zijn karmozijnrode gloed komt van waterstof, ontstoken door de straling van jonge hete sterren in de buurt.
Ou4: Een amateurontdekking
In juni 2011 stuitte de Franse astrofotograaf Nicolas Outters bij toeval op een tweede nevel die in de vleermuis genesteld ligt, en die hij de Reuzeninktvis (Ou4) doopte. Dat hij zo lang onzichtbaar bleef, komt doordat hij zich enkel toont in het licht van één gas, zuurstof, dat je met een speciaal filter moet isoleren. Zonder dat filter verschijnt deze blauwachtige geest niet.
De afmetingen en de aard van Ou4
Lange tijd verdacht van slechts een toevallige uitlijning te zijn, lijkt de inktvis in werkelijkheid in de vleermuis zelf genesteld te liggen, op dezelfde afstand. En hij is immens: bijna 50 lichtjaar van het ene uiteinde tot het andere, tweemaal de volle maan aan de hemel.
Zijn vorm met twee tegenover elkaar liggende lobben doet denken aan een planetaire nevel, de gasbel die een ster aan het einde van haar leven uitademt; als het er een is, zou hij alle andere die we kennen ruimschoots overtreffen. Astronomen neigen eerder naar een stroom van materie die zo'n 90.000 jaar geleden werd voortgestuwd door een trio hete sterren verborgen in zijn kern.
Een fotografische uitdaging
Dit duo vastleggen is een krachttoer: deze structuren zijn zo zwak dat er tientallen uren belichting nodig zijn, vaak verspreid over meerdere nachten, door twee filters, één voor het rood van de waterstof van de vleermuis, de andere voor het blauwgroen van de zuurstof van de inktvis.
Deze foto werd gemaakt in samenwerking met Maxime Lapagne van de SAL (Société Astronomique de Liège).